Hij was maar twee jaar keizer van het Romeinse Rijk maar toch is Titus Flavius Caesar Vespasianus Augustus, in mijn ogen althans, één van de meest interessante keizers, die ooit vanuit Rome de scepter zwaaide over een gigantisch groot rijk.
Titus, die op 30 december van het jaar 39 werd geboren, overleed op 13 september 81. Hij werd dus nog geen 42 jaar oud. De vader van Titus was Vespasianus, die net als hij keizer was. In het jaar 66 trok Vespasianus ten strijde tegen de Joden, die tegen de Romeinen in opstand waren gekomen.
Terwijl Vespasianus met zo’n 60.000 soldaten druk bezig was de opstand in Galilea en de kuststrook (van Israël) neer te slaan, barstte in het jaar 68 in Rome een hevige strijd los rond de opvolging van keizer Nero. Uiteindelijk besloot Vespasianus, die daartoe min of meer werd geprest door zijn eigen soldaten, om zich ook in die opvolgingsstrijd te mengen. Daarmee kwam de Joodse oorlog, want zo staat de strijd tegen de Joodse opstandelingen te boek, tijdelijk tot stilstand.
Toen Vespasianus op 20 december in het jaar 69 tot keizer werd uitgeroepen, gaf hij zijn zoon Titus opdracht om de strijd tegen de Joodse opstandelingen te hervatten. Eén van die Joodse opstandelingen was Josef ben Matitjahu, die, nadat hij zich had overgegeven aan Titus, onder de naam Flavius Josephus bekend werd als geschiedschrijver. Hij beschreef in detail de strijd die de Romeinen voerden tegen de Joden.
Alhoewel de historici zeggen dat Flavius boeken niet altijd even onpartijdig zijn (Flavius schreef ze namelijk voor zijn vriend, keizer Titus), schetsen ze wel een heel bijzonder beeld van hoe de Romeinen in die tijd oorlog voerden.
Wat Titus voor mij zo bijzonder maakt, is dat hij de man was die de leiding had over de verovering (en verwoesting) van de stad Jeruzalem. Die verovering vond plaats in het jaar 70. Flavius Josephus schreef er zeer uitgebreid over. Zo beschreef hij de onderlinge strijd die was uitgebroken onder de Joodse opstandelingen in de stad. Hij schreef over de bevolking van Jeruzalem die totaal uitgehongerd was, als gevolg van de Romeinse omsingeling van de stad.
Flavius schreef ook over de enorme haat die de Romeinen tegen de taaie Joodse opstandelingen koesterden. Ondanks die haat was Titus (als we Flavius Jospehus mogen geloven) niet van plan de voor de Joden heilige tempel van Jeruzalem te vernietigen. Volgens de geschiedschrijver was het dan ook de schuld van de opstandelingen dat de tempel (op de famezue Tempelberg) in brand raakte. Tijdens die brand smolt het goud dat op de muren van de tempel was aangebracht. Dat vloeibare goud liep in de kieren van de enorme steenblokken, waaruit de tempel was opgebouwd.
De Romeinen besloten daarop om de tempel tot aan de laatste steen toe af te breken, zodat ze op die wijze het gesmolten goud bij elkaar konden schrapen en in hun eigen zak konden steken.
Nu weet ik niet hoe bekend jij in de bijbel bent maar wist je dat daarin staat geschreven dat Jezus Christus tegen zijn discipelen de volgende woorden sprak:
1 En Jezus ging uit en vertrok van den tempel; en Zijn discipelen kwamen bij Hem, om Hem de gebouwen des tempels te tonen.
2 En Jezus zeide tot hen: Ziet gij niet al deze dingen? Voorwaar zeg Ik: Hier zal niet een steen op den anderen steen gelaten worden, die niet afgebroken zal worden.
(wil je de complete tekst lezen? klik dan hier)
De bovenstaande woorden sprak Hij zo’n dertig jaar voordat de tempel werd verwoest.
Hoe kon Koning Jezus weten dat een toekomstige Romeinse keizer en zijn leger de tempel tot de laatste steen toe zou afbreken? Was dat toeval? Dat geloof ik niet! En wat geloof jij?